Het gezicht en de dood. Het planetaire project dat regeringen proberen op te leggen is radicaal onpolitiek

23.09.2021

Het lijkt erop dat in de nieuwe planetaire orde die zich aan het vormen is, twee dingen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, voorbestemd zijn om volledig te verdwijnen: het gezicht en de dood. Wij zullen trachten te onderzoeken of zij niet op een of andere manier met elkaar verbonden zijn en wat de betekenis is van hun verwijdering.
Dat het zien van het eigen gelaat en dat van anderen voor de mens een beslissende ervaring is, was reeds bekend bij de ouden: "Wat 'gelaat' heet - schrijft Cicero - kan bij geen enkel dier bestaan dan bij de mens" en de Grieken definieerden de slaaf, die geen meester is over zichzelf, als aproposon, letterlijk "gezichtsloos". Natuurlijk tonen alle levende wezens zich en communiceren zij met elkaar, maar alleen de mens maakt zijn gelaat tot de plaats van zijn herkenning en waarheid, de mens is het dier dat zijn gelaat herkent in de spiegel en gespiegeld wordt en zichzelf herkent in het gelaat van de ander. Het gezicht is in deze zin zowel similitas, de gelijkenis, als simultas, de saamhorigheid van de mensen. Een man zonder gezicht is noodzakelijkerwijs alleen.

Daarom is het gezicht de plaats van de politiek. Als mensen elkaar alleen maar informatie hoefden mee te delen, altijd dit of dat, zou er nooit echte politiek zijn, alleen maar een uitwisseling van berichten. Maar aangezien de mensen in de eerste plaats hun openheid, hun erkenning van elkaar in een gezicht moeten uitdrukken, is het gezicht de voorwaarde zelf van de politiek, de grondslag van alles wat de mensen zeggen en uitwisselen.

In die zin is het gezicht de ware oord van de mensen, het politieke element bij uitstek. Het is door naar elkaars gezicht te kijken dat de mensen elkaar herkennen en hartstochtelijk voor elkaar worden, waarbij ze gelijkenis en verscheidenheid, afstand en nabijheid waarnemen. Als er geen dierenpolitiek is, komt dat omdat de dieren, die altijd in de open lucht zijn, van hun blootstelling geen probleem maken, maar er gewoon in vertoeven zonder zich erom te bekommeren. Daarom zijn zij niet geïnteresseerd in spiegels, in het beeld als beeld. De mens daarentegen wil zichzelf herkennen en herkend worden, hij wil zich zijn eigen beeld toe-eigenen, hij zoekt er zijn eigen waarheid in. Zo verandert hij de dierlijke omgeving in een wereld, in het veld van een onophoudelijke politieke dialectiek.

Een land dat besluit zijn eigen gezichten af te zweren, om overal de gezichten van zijn burgers met maskers te bedekken, is dus een land dat elke politieke dimensie uit zichzelf heeft gewist. In deze lege ruimte, die te allen tijde onderworpen is aan onbeperkte controle, bewegen zich nu individuen die van elkaar geïsoleerd zijn, die de onmiddellijke en gevoelige basis van hun gemeenschap verloren hebben en alleen nog berichten kunnen uitwisselen onder een naam zonder gezicht. En aangezien de mens een politiek dier is, betekent de verdwijning van de politiek ook de verdwijning van het leven: een kind dat bij de geboorte het gezicht van zijn moeder niet meer kan zien, riskeert geen menselijke gevoelens meer te kunnen opvatten.

Niet minder belangrijk dan de relatie met het gezicht is de relatie van de mens met de doden. De mens, het dier dat zichzelf herkent in zijn eigen gezicht, is ook het enige dier dat de cultus van de doden viert. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de doden een gezicht hebben en dat het uitwissen van het gezicht hand in hand gaat met het uitwissen van de dood. In Rome nemen de doden deel aan de wereld van de levenden door hun imago, het op was gegoten en geschilderde beeld dat elke familie in het atrium van hun huis bewaarde. De vrije man wordt namelijk evenzeer gedefinieerd door zijn deelname aan het politieke leven van de stad als door zijn ius imaginum, het onvervreemdbare recht om het gelaat van zijn voorouders te behouden en het publiekelijk te tonen op gemeenschapsfeesten.
"Na de begrafenis en de begrafenisrituelen," schrijft Polybius, "werd het beeld van de dode op de meest zichtbare plaats in het huis in een houten reliekhouder geplaatst, en dit beeld is een wassen gezicht dat zowel qua vorm als qua kleur precies op de persoon is gelijkgemaakt. Deze beelden waren niet alleen het voorwerp van een particuliere herinnering, maar waren het tastbare teken van het verbond en de solidariteit tussen levenden en doden, tussen verleden en heden, die een integrerend deel uitmaakten van het leven van de stad. Daarom hebben zij zo'n belangrijke rol gespeeld in het openbare leven dat men zou kunnen zeggen dat het recht op afbeeldingen van de doden het laboratorium is waarin het recht van de levenden is gegrondvest. Degenen die schuldig waren aan een ernstig openbaar misdrijf verloren hun recht op de beeltenis. En volgens de legende liet Romulus, toen hij Rome stichtte, een kuil graven - mundus, "wereld" genoemd - waarin hij en elk van zijn metgezellen een handvol van de aarde gooiden waaruit zij afkomstig waren. Deze put werd drie keer per jaar geopend en men zei dat op die dagen de handen, de doden, de stad binnenkwamen en deelnamen aan het bestaan van de levenden. De wereld is slechts de drempel waarlangs de levenden en de doden, het verleden en het heden communiceren.

Men begrijpt dan waarom een wereld zonder gezichten alleen een wereld zonder doden kan zijn. Als de levenden hun gezicht verliezen, worden de doden slechts getallen, die, teruggebracht tot hun zuiver biologisch leven, alleen en zonder begrafenis moeten sterven. En als het gezicht de plaats is waar wij, vóór enig discours, met onze medemensen communiceren, dan zijn zelfs de levenden, beroofd van hun relatie met het gezicht, hoe hard zij ook proberen te communiceren met digitale apparatuur, onherstelbaar alleen.

Het planetaire project dat regeringen proberen op te leggen is daarom radicaal impolitiek. Integendeel, het is erop gericht elk werkelijk politiek element uit het menselijk bestaan te verwijderen en te vervangen door een gouvernementaliteit die uitsluitend op algoritmische controle berust. Het gezicht uitwissen, de doden verwijderen en sociale distantie zijn de essentiële middelen van deze gouvernementaliteit, die volgens de samenvallende verklaringen van de machtigen zal moeten worden gehandhaafd, zelfs wanneer de gezondheidsterreur wordt verlicht. Maar een samenleving zonder gezicht, zonder verleden en zonder lichamelijk contact is een samenleving van schimmen, en als zodanig gedoemd tot een min of meer snelle ondergang.